Koning

De koning onder het Botteskerkpark

Marieke Frankema


 

David

Hoe ver ben je? 17:23

Charisa’s hart gloeide op bij het lezen van Davids appje, zelfs bij een simpele vraag als dit.

Charisa

Nog 2 opdrachten NL. Bijna klaar. 17:23

Ik kom zo snel ik kan! 17:24

Ze legde haar telefoon weg, maar greep hem meteen weer. Met de Forest-app aan zou haar telefoon haar niet afleiden en dan kon ze eerder naar David toe. Een dwaze glimlach veroverde haar lippen. Een hele avond voor hen tweetjes…

Nee, zo was het nog moeilijker zich te concentreren op haar huiswerk! Ze stelde de timer snel in op twintig minuten – langer wilde ze niet besteden aan dit geneuzel over oude volksverhalen – en dan…

Goed. Waar ging het ook alweer over?

Welke mythologische wezens maken zich naar verluidt schuldig aan het ontvoeren van kinderen en hoe heet zo’n gestolen kind?

Charisa schreef in haar sprookjesachtigste handschrift: Kobolden, kabouters en Elfen. Vooral op Elfen deed ze haar best, die vond ze het leukst. Vandaar ook de hoofdletter. Een ontvoerde baby heet een wisselkind. 

Grappig, dat mensen vroeger dachten dat dit kon. Wisselkinderen. Zou je dan ook wisselmensen hebben? Wisselopa’s en -oma’s? Wisselouders?

Ze kauwde op de achterkant van haar pen. Andere ouders zou ze best wel willen uitproberen. Zo moeilijk als madre en padre deden over David! Als ze wisten dat zijn vader vanavond wegging, zou ze ongetwijfeld niet naar hem toe mogen. Gelukkig was ze over een paar maanden achttien en dan kon ze doen wat ze zelf wilde. Niet dat padre het daarmee eens was. Iets met ‘leven in zijn huis, volgen van zijn regels’. Maar Charisa was geen kind meer. En ze geloofde niet in kabouters en elfen.

Ze sloeg haar schrift dicht en zag op de app dat ze nog 2:17 minuten overhad. Mooi, dan kon ze nog snel een ander shirt aantrekken. Haastig stond ze op.

‘Alles af?’ vroeg haar vader met zijn zware Spaanse accent.

‘Si, padre. Ik ruim op en dan ga ik naar David.’

‘Godsamme,’ riep Juan, haar broertje, naar zijn telefoon.

Charisa verliet de kamer terwijl haar vader hem uitfoeterde over zijn gevloek. Ze zette haar schooltas in haar slaapkamer en opende de kast. Achterin lag het sexy shirtje, waarin ze zo’n mooi decolleté had dat ze het niet mocht dragen behalve wanneer het hoogzomer was en ze er iets anders onder droeg. Ze trok het aan en bewonderde de kleur. Die was fenomenaal mooi, een warm geel-oranje. Precies de kleur van die ene prachtige bloem in het park, een soort wilde orchidee, die speciaal voor haar leek te bloeien. Haar telefoon stond vol met foto’s ervan. Die bekeek ze om extra blij te worden van iets leuks, of juist om op te vrolijken wanneer er iets stoms was gebeurd.

Zoals worden uitgefoeterd vanwege een te sexy shirtje. Snel gooide ze er een ander truitje overheen en hoopte dat haar vader haar rode wangen niet zag. Gelukkig was madre aan het werk. Die zou haar meteen hebben gesnapt. Ze wierp nog snel een blik in de spiegel – een schoonheidsspecialiste-in-wording hoorde er natuurlijk altijd goed uit te zien – en stak haar tong uit naar zichzelf.

‘Ik ga!’ riep ze vanuit de gang, graaiend naar haar fietssleutel in haar jaszak.

‘Voor middernacht thuis,’ zei haar vader.

‘Si, si. Net als Cenicienta.’

Charisa

Ik stap nu op de fiets! <3 17:51

Hoewel het guur weer was en ze graag snel bij David wilde zijn, nam ze toch de omweg door het parkje, langs die ene bloem. Net voorbij de boom die in het pad groeide kon ze hem zien. Hij stak vrolijk uit boven het gras, als een symbool van hoe mooi haar leven was. Charisa glimlachte, maar haar gezicht vertrok bij het zien van gekke ouwe Attie, de zwerfster van het park. Charisa werd altijd een beetje nerveus van haar, van kleins af aan al, ook al had Attie haar nooit iets misdaan. Ze leek op een verpauperde Sissi, met haar vieze, wijde rokken die eeuwenoud leken, een zwarte jas die waarschijnlijk al zeven keer door het Rode Kruis was weggegeven, en haar verwilderde blik, alsof ze niet kon bevatten waar ze was. Charisa zag haar vaak in het park, nooit erbuiten.

Vandaag tikte ze als een halve blinde op het gras met een oude paraplu in de ene, en haar eeuwige fles mede in de andere hand. Als ze de bloem maar met rust liet!

Charisa stopte en hield gekke ouwe Attie nauwlettend in de gaten. Gelukkig leek ze bang te zijn voor de bloem; ze liep er met een grote boog omheen en verdween richting het Cruyff Court.

‘Madre de Dios,’ mompelde Charisa. Dat scheelde weinig! Aan de andere kant… De bloem stond er al jaren en Attie liep hier ook al een halve eeuwigheid rond. Die was hier al toen het hier meer een bos was dan een park. Al die tijd was het goed gegaan. Charisa maakte zich vast druk om niets.

Charisa zond een luchtkus naar de bloem en stapte op. Verdorie, nu moest ze zich toch haasten! Ugh, die Hollanders en hun fixatie voor tijd ook. En dat stomme, donkere, Nederlandse weer! Gelukkig floepten de lantarenpalen aan wanneer ze langsfietste. Dat was dan wel weer goed geregeld.

Ze was nabij. Als immer beroerde zij het gehele wezen van de koning, zelfs wanneer hij zich in onstoffelijkheid had gehuld. Om in haar dimensie te kunnen vertoeven had hij zich een plaats geschapen, waar zij vaak voorbijkwam. Ze had het bemerkt, als klein meisje al, wat hem meer vreugde schonk dan hij ooit had verwacht. Het verblijdde hem dat zij in staat was hem te verrassen, en zijn verlangen naar haar groeide net zo snel als zij.  

Spoedig zou het moment daar zijn. Dan kon hij zich aan haar openbaren en haar meevoeren naar zijn rijk. Hij zou haar beminnen tot ze kronkelde van genot. 

Hij strekte de bloemblaadjes van zijn aardse vorm extra ver omhoog en zond haar zijn energie. Keer op keer een nieuw laagje voor haar ziel, opdat ze hem zou herkennen zodra ze rijp was. Rijp en geheel de zijne.

De kwelling te moeten wachten tot zo’n schoon schepsel was volgroeid, maakte de beloning des te zoeter. Bovendien, het grootbrengen van een krijsend mormel, hoe begeerlijk ze ook zou worden, was iets wat hem niet in het minst interesseerde. En gezien hij voor een zwervend bestaan had gekozen, kon hij zijn onderdanen niet gelasten het kind in hun midden te laten opgroeien. Bijkomend gewin was dat hij Titania’s geweeklaag over mensenkinderen nu niet aan hoefde te horen, noch haar wraakacties ondergaan.

Hij was tevreden.

Alsof de koningin zich prompt moest laten gelden, werd zijn rust verstoord door Adelinde. Gelukkigerwijze bleef ze op afstand. Haar grijze haren bewezen dat ze voldoende tijd had gehad om afscheid van hem te nemen, maar dat bleek voor stervelingen immer moeilijk. Ze wilden niet komen en daarna wilden ze niet meer gaan.

Dit meisje zou vrijwillig tot hem komen. Wulps, prachtig en puur.

Ze blies hem een kus toe en de koning grijnsde tevreden met onzichtbare lippen. Als altijd verlichtte hij haar pad. 

‘Je hebt het onthouden!’ zei Charisa verrast.

David grijnsde. ‘Duh. Je denkt toch niet dat ik vergeet wat mijn meisjes lievelingsfilm is? En hij lijkt me romantisch genoeg voor deze avond.’ Hij opende het laatje van de dvd-speler en stopte het schijfje erin.

Charisa pakte het hoesje. Hoe vaak had ze er niet van gedroomd Claire Danes te zijn, en nu was David haar Leonardo. Alleen zouden zij het einde van het verhaal herschrijven.

David kwam naast haar zitten en ze legde het hoesje snel weg. Genesteld in zijn armen deed niets anders ertoe. Zelfs niet dat ze vergeten was haar bovenste truitje uit te trekken.

Binnen enkele minuten werd ze volledig meegesleept in het verhaal. Ze zuchtte bij het horen van de eerste pianoklanken, waarop de twee geliefden elkaar voor het eerst zagen door het aquarium heen. Dit was het geweldigste deel van de film, en absoluut Charisa’s favoriete nummer.

‘Mooi?’ vroeg David zacht.

‘Altijd,’ zei Charisa. Haar ogen vonden die van hem. Precies op de woorden Kissing you kusten ze elkaar.

Ze sloeg haar armen om hem heen. Zijn sterke armen trokken haar dichter tegen zich aan. Haar hart bonkte tegen zijn borstkas. Hun kus werd intenser, zijn gewicht op haar lichaam was overweldigend. Ze duwde zich nog meer tegen hem aan – wat haast niet mogelijk was – en verlangen schoot door haar hele lichaam.

Zijn ademhaling werd gejaagder en ook Charisa’s adem begon een eigen leven te leiden. De vlinders in haar buik namen duikvluchten naar plaatsen waar ze zich tot nu toe zelden van bewust was geweest. Het stemmetje dat protesteerde tegen dit onchristelijke gedrag negeerde ze, de roep van de opwinding was vele malen luider.

Davids vingers gleden onder haar beide truitjes en streelden haar naakte huid. Charisa kreunde zachtjes.

‘Mag ik doorgaan?’ vroeg David zacht.

‘Je moet,’ antwoordde ze.

Zijn hand sloot zich om haar borst en ze had het gevoel dat er explosies van felle kleuren door haar lichaam raasden. Ze wilde hem voelen en gevoeld worden. Hun handen verkenden en streelden, tot er niets meer over was om uit te trekken. Hij raakte haar aan, tussen haar benen. Zijn vinger verdween en ze kromde haar rug om hem dieper toe te laten. Voorzichtig en nieuwsgierig raakte ze hem aan waar zijn opwinding zich concentreerde. Zijn gekreun zweepte haar op. Hun kussen waren intenser dan ooit. De wetenschap dat hij zo dicht bij haar was, dat dát zo dicht bij dat van haar was, benam haar de adem.

‘Wil je dit echt?’ vroeg David.

Ze knikte en zette zich schrap voor de pijn die erbij zou horen, klaar voor het genot dat nu al groter was dan alles wat ze zich ooit had voorgesteld. Madre de Dios, zo ongelooflijk mooi.

Heel zijn wereld schudde. Wat deed ze? Hoe! Hij schreeuwde van woede, een schreeuw die slechts resoneerde in zijn eigen geest. Zo dichtbij! Nee! Hij kon haar niet loslaten!

Maar hij was niet langer de eerste. 

Zijn verlangen haar te verleiden smolt om in de drang haar te bezitten. Niet langer goedschiks, niet langer liefdevol. Ze zou de zijne zijn!

Ze had geen spijt. Toch?

Op het moment zelf had ze zich zo goed gevoeld, zo levend. De perfecte plaats en tijd, de perfecte jongen. Hij had werkelijk niets verkeerd gedaan en ze had gekronkeld van genot.

Maar nu het voorbij was, de passie was geluwd en de kou tot hen was doorgedrongen, begon de schaamte op te komen. Het menu van de dvd startte voor de zoveelste keer.

‘Ben je oké?’ vroeg David.

‘Ik geloof het wel. Ik…’

‘Ik heb je toch nergens toe gedwongen? Je zei ja. Ik zou zijn gestopt zodra je –’

‘Ik wilde het ook.’ Ze pakte zijn hand en het voelde gelukkig vertrouwd. ‘Ik moet gewoon even wennen aan het idee dat ik… Mijn ouders zijn streng katholiek. Als ze hier achter komen… Seks voor het huwelijk is ondenkbaar. Een enorme zonde in de ogen van God…’

Ik ben een gevallen vrouw, flitste het door haar heen. De moderne meid in haar zag het probleem niet, maar diep in haar wezen voelde ze zich verachtelijk. Ze durfde Madre de Dios niet eens meer te denken, laat staan hardop te zeggen.

‘Char, weet je zeker dat het gaat?’

‘Ik moet naar huis.’

‘Ik breng je.’

‘Nee. Nee, doe maar niet. Ik moet even alleen zijn.’

Hij keek haar bezorgd aan en overhandigde haar het geel-oranje shirtje, dat ze dankbaar van hem aannam.

‘As je maar weet dat ik niet… Niet zomaar met iedereen… Ik vind je echt heel leuk, Charisa.’

Ze glimlachte voorzichtig. ‘Ik jou ook, David. Ik weet niet zo goed waarom ik me zo aanstel.’ Ze trok zo snel ze kon haar kleren aan en gaf hem een kus, die totaal misplaatst en tegelijkertijd ongelooflijk goed voelde.

‘Ik vind het maar niks dat je alleen de nacht in gaat,’ zei David.

‘Ik woon vijf minuten verderop. Ik zal je appen als ik thuis ben.’

‘Doe je dat, alsjeblieft?’ Hij keek haar zo bezorgd aan dat ze hem spontaan nog een kus gaf. Haar hoerige lijf sprong alweer in actie. Ze maakte zich haastig van hem los. ‘Ik app je.’

De buitenlucht was de koude douche die ze nodig had. Het was pikkedonker, ze kon de sterren zien. Uit de ramen van de flats stroomde zoveel licht, dat ze pas verderop in de straat besefte dat de lantarenpalen het niet deden. Geen enkele sprong aan als ze langsreed. Was er een storing?

Een gevoel van onbehagen vermengde zich met haar schuldgevoel. Charisa fietste zo hard ze kon, de snijdend koude wind in haar gezicht. Ze had de snelste weg naar huis willen nemen, maar dat plan zette ze snel overboord. Ze wilde naar haar bloem toe, de bloemblaadjes strelen en even heel hard huilen. Hopelijk was gekke ouwe Attie er niet.

Het was zo donker dat ze het vertrouwde silhouet van de hoge, dunne bomen in het park niet tegen de hemel zag afsteken. Toch gooide ze haar fiets neer bij de containers.

Charisa pakte haar telefoon en scheen zichzelf bij, op zoek naar haar bloem. Hier moest hij staan. Toch? Ze bescheen de bomen, richtte het licht van de flitser op de overkant van de straat en ving daarna het beeld van dat maffe schaap in haar lichtstraal. Ze stond op de goede plaats.

Hij was weg. Net als haar onschuld.

Puta! Ze had nooit met David naar bed moeten gaan. Nooit! Het was de grootste fout die ze had kunnen maken. Ze zakte door haar knieën en landde in het vochtige gras. Haar tranen liet ze de vrije loop. Ze was een hoer, en extra schuldig omdat ze er zo van had genoten, en het weer zou doen zodra ze zichzelf toestond nog eens zo zwak te zijn.

Uit het niets waren daar armen om haar heen. Charisa verloor haar evenwicht. De armen hielden haar zo stevig vast dat ze niet omviel. Ze wilde geloven dat het David was, maar deze armen waren langer en slanker. De vingers grepen in haar vlees als klauwen.

’Charisa,’ zei een stem die niet van deze wereld leek.

Ze probeerde zich los te trekken, maar draaide alleen maar om in de armen van de man die onnatuurlijk sterk was. Hij leek licht te geven in het duister. Zijn jas was geel-oranje. Háár kleur. Ondanks de angst die haar overspoelde, was er een deel van haar dat hem herkende. Hij voelde vertrouwd. Tegelijkertijd ging er een dreiging van hem uit waar haar adem van stokte.

Ze keek naar hem op, zo goed en zo kwaad als het ging. Hij had zwarte, lange haren, die getoupeerd leken en als een fontein langs zijn spitse gezicht vielen. Zijn wenkbrauwen waren geëpileerd op een manier die ze nog nooit gezien had. Zijn ogen fonkelden als zwarte diamanten.

Hij verstevigde zijn greep terwijl hij leek op te lossen in het niets. Charisa’s voeten zweefden in het luchtledige. Hij trok haar mee dat niets in! Ze voelde het tintelen op haar huid en zag zonlicht in een wereld die niet kon bestaan.

‘Nee!’ krijste iemand.

Charisa werd opzij getrokken en zag een massa zwarte rokken.

‘Nee!’ riep ook de man.

Hij was nog steeds aan het verdwijnen, maar gekke ouwe Atties had Charisa van hem losgemaakt. Ze was niet langer doorzichtig. Haar broek voelde nat en koud aan.

‘Vlucht!’ siste Attie. ‘Zorg dat hij je nooit kan meenemen.’

‘Adelinde! Vervloekte vrouw!’

‘Ga!’ krijste Attie. Ze perste zich tegen de man aan, waardoor ook zij haar stoffelijkheid verloor.

‘Hoe?’ schreeuwde de man.

‘Je verblijft niet jaren en jaren in Elfenland zonder iets van de magie mee te nemen,’ joelde Attie triomfantelijk. ‘Ik heb je, Oberon, Elfenkoning.’ Ze spuugde de woorden uit als een belediging. De lucht om hen heen trilde.

Ineens was er niets meer.

Charisa wankelde achteruit. Haar telefoon, die nog altijd licht gaf, zwaaide in grillige flitsen over de grond toen ze het op een lopen zette.

‘Char!’

Was dat… David? Bij haar fiets?

‘Char!’ Hij rende naar haar toe. ‘Ben je in orde? Je appte niet, dus…’

‘Daaf!’

Ze wierp zich in zijn armen en sloot haar ogen in zijn veilige omhelzing.

‘Char,’ zei hij zachtjes.

‘Je bent hier,’ antwoordde ze. ‘Blijf bij me, alsjeblieft.’

‘Zo lang je maar wilt. Echt, zo lang je maar wilt.’

Met trillende handen stak Charisa het kaarsje aan op de plek waar ze de bloem nog altijd miste.

David hurkte naast haar. Ze pakte zijn hand en hield die bij de grond. ‘Voel je het nog?’

Hij sloot zijn ogen. ‘Ver weg.’

Ze glimlachte. ‘Ik tintel van top tot teen. De magie lijkt met de jaren zelfs alleen maar sterker te worden. Of zou dat komen door…’

‘Vast,’ zei David. Breed lachend wierp hij een snelle blik op haar buik.

Charisa kuste hem en vlocht haar vingers door de zijne. Hun ringen tikten tegen elkaar.

‘Tijd voor de toost?’ vroeg David.

‘Hm-hm,’ zei Charisa zacht. Ze genoot ervan terug te zijn in het parkje. Het was goed dat elk jaar toe doen. Was dit nu al het zesde jaar dat ze hier midden in een maartse nacht stonden? Nee, de zevende al!

David gaf haar een glas met donkerbruine vloeistof en hief het zijne.

Ze tikte zijn glas aan. ‘Op Attie.’

‘Op Attie, die de wereld redde van een monster. Of Osdorp, in ieder geval.’

Charisa knikte en zond de oude zwerfster liefde, waar ze ook mocht zijn.

Ter hoogte van de bocht van de Botteskerksingel naar de Wolbrantskerkweg bloeide een bijzondere bloem, een soort wilde orchidee, geel-oranje van kleur. Verderop in de straat lag een klein meisje in haar bed, bang voor het donker. Ze dacht aan de bloem en viel met een glimlach in slaap.