Nachtegaal

nachtegaalHieronder wil ik jullie graag een verhaal aanbieden. Het kwam in me op toen ik net een laptop had gekocht (macbook, zooooo blij mee!!) en midden in de nacht wakker lag met een liedje in mijn hoofd. Ik hoop het liedje nog op te kunnen nemen. Zodra ik ‘em heb, zal ik hem erbij zetten!

 

De nachtegaal

Nightingale, nightingale

High up in the tree

Khendra was de tel van de dagen allang kwijt geraakt. Het leek een eeuwigheid geleden dat ze voor het laatst het daglicht had aanschouwd zonder tralies ertussen. Hier in deze kerker ving ze slechts een paar uur per dag licht, de zon had slechts een fractie van die tijd om naar binnen te schijnen. Khendra genoot van elke minuut die ze krijgen kon, maar ze begon te merken dat zelfs de zon haar dagen niet meer kon opfleuren. Ze zat tegen de koude muur, op het plekje dat ze was gaan beschouwen als het enige veilige stukje in haar cel. Zo ver mogelijk van het gat dat haar toilet moest voorstellen, maar ook zo ver mogelijk van de deur. Tot nu toe was daar nog niets goeds doorheen gekomen, behalve dan misschien de paar sneetjes brood en de kan water die ze elke dag kreeg. Slechts een keer had ze een soort lauwe stamppot gekregen, waar ze stukjes kool en aardappel in had ontdekt. Wat had ze daar van genoten. Khandra droomde even weg bij de gedachte, maar een gefrustreerd gerommel uit haar maag wekte haar al snel weer. Waar was ze ook alweer met haar gedachten? Oh ja, in de cel. Ze wist dat ze alleen kon overleven door positief te denken, maar dat was zo moeilijk als je de zoveelste dag deze hel voor je voeten geworpen kreeg. Khendra schudde haar hoofd om deze gedachte te verbannen, medelijden met zichzelf was totaal nutteloos.

‘Kijk uit naar de zon’ hield ze zichzelf voor. ‘Geniet van de mooie momenten.’ Ze sloot haar ogen en stelde zich voor dat ze door het bos liep. Het was een zonnige dag, de stralen kwamen als sluiers uit de hemel en deden het herfstige landschap goud oplichten. De aarde rook naar regen en belofte. Kleine paddenstoelen schoten gretig uit de grond en de blaadjes ritselden vertrouwd terwijl Khendra langs liep. Ergens in een boom zong een nachtegaal een prachtig lied, klanken van fluweel die recht naar de ziel gingen en het hart verwarmden. Een traan rolde over Khendra’s wang, ze opende haar ogen en zag niets dan zwart. De geur van het bos was vervlogen, de stank van het rottende stro en het toiletgat enkele meters verderop deden haar adem een moment stokken. Maar ze hoorde het lied van de nachtegaal nog steeds. Helder als kristal, het mooiste dat Khendra ooit had gehoord. Ze stond op en weerstond de verleiding zichzelf te knijpen, ze wist zeker dat ze wakker was. Maar hier, midden in de duisternis van haar cel, hoorde ze een nachtegaal. Ze liep naar het raam, dat enkele meters boven haar uit torende. Ze kon niets zien, maar ze wist dat de nachtegaal daar was. Het vogeltje zong alsof hij geen zorgen kende, alsof hij alleen op de aarde was gezet om mooie muziek te maken. En Khendra hoorde het. Ze voelde hoe het lied speciaal voor haar bedoeld leek, om haar te troosten in deze barre tijd. Lang nadat de nachtegaal was uitgezongen, stroomden Khendra’s tranen nog.

Nightingale, nightingale 

Sing your song for me

De volgende ochtend – of middag – werd Khendra wakker van het zware geluid van de grendels op de deur. De hoge pieptoon van roest over roest gaf haar kippenvel. Een bewaker riep: ‘Voer!’ en gooide een paar broodjes naar binnen, die enkele malen stuiterden voordat ze tot stilstand kwamen in het hooi. Vervolgens schoof hij een kan water de cel in en sloot de deur weer met hetzelfde nare geluid. Khendra kwam traag overeind, haar hele lijf deed zeer van het slapen in de vreemde houding waarin ze zichzelf in slaap had gehuild. Het lied van de nachtegaal klonk nog zacht in haar achterhoofd, maar toen ze het zich goed wilde herinneren, vervaagde het lied. Khendra zuchtte en zocht de broodjes bij elkaar. Ze waren keihard. ‘Als ik zou willen, zou ik mezelf de hersens in kunnen slaan,’  dacht ze bij zichzelf. Ze sloeg zichzelf met een broodje midden op haar voorhoofd. Het deed pijn. Khendra lachte, een hysterische lach die spookachtig weerkaatste tegen de muren van de kerker.

Voor de zekerheid hield ze een broodje over, hoewel ze heel erg honger had. Ook de kan met water maakte ze niet helemaal leeg, hoewel dat een vorige keer door de dienstdoende bewaker niet op prijs was gesteld. Hij had de kan leeggegooid en ze had die dag geen nieuwe gekregen, omdat ze ‘blijkbaar genoeg water had gekregen, ondankbaar nest dat je d’r bent!’ De deur was zo dik dat Khendra geen voetstappen kon horen van buiten de cel, daarom bleef ze dicht bij het stinkende toiletgat zitten, klaar om de kan snel leeg te gooien mochten de grendels gaan piepen. Het broodje had ze in de hoek onder het hooi verstopt, in de hoop dat de ratten het niet te snel zouden ontdekken.

Het kleine beetje licht van die dag vervaagde, terwijl Khendra niet week van haar plaats. Ze hoorde nog geen kleine pootjes schuifelen in het hooi en had de kan ook nog niet leeg gegooid. In haar borst gloeide een klein vonkje van hoop, voor het eerst in weken, of maanden?

‘Nachtegaal, nachtegaal, zing je lied voor mij,’ bad ze, terwijl het duister met rasse schreden neerdaalde in de kleine ruimte. Haar mantra nam bezit van haar bewustzijn, nam haar geest mee naar een tijdloos land waar maar een ding belangrijk was: het lied van de nachtegaal. Toen het lied inderdaad tot haar kwam, leek het een gouden regen. Khendra was meteen klaarwakker en leek de muziek op te zuigen. Ze ging staan met haar gezicht naar het raam, haar oren tot het uiterste gespitst. Ze overwoog zelfs heel even om een spreuk aan te wenden om haar gehoor te verscherpen, maar aangezien dat soort gedonder de reden was dat ze hier in de kerker vastzat, verwierp ze die gedachte weer. Het lied van de nachtegaal, speciaal voor haar, vulde haar geest en voedde het vonkje in haar hart. De nachtegaal vertrok veel te snel, maar Khendra had in ieder geval een stukje van de melodie bewaard, en zong het zachtjes terwijl ze de berg hooi modelleerde tot een comfortabel bed. Voor zover je daarvan kon spreken dan.

Late at night I hear your voice

Haunting melody

Vanaf dat moment leefde Khendra voor de nachtegaal. Het broodje, geweekt in het water, scheurde ze in kleine stukjes en ze gooide net zo lang tot ze een paar stukjes door het kapotte glas had gegooid. Dat de ratten het broodje niet hadden aangevreten, zag ze als een teken. Deze nachtegaal was naar haar toe gezonden, in haar tijd van nood, om haar op de been te houden. Binnenkort zou ze weer vrij zijn, zou de ban op tovenarij worden versoepeld en zou ze weer naar haar kleine huisje in de weverssteeg mogen. Tot die tijd was de nachtegaal haar metgezel.

Het ritme van dag en nacht draaide Khendra om. Overdag sliep ze, haar dromen gevuld met het lied van de nachtegaal dat ze steeds beter leerde onthouden. In de nacht, als ze wakker was, dan zong ze de stukjes die ze kende. Zacht, voor de zekerheid, maar wel helder. Ze wenste dat ze kon zingen als een minstreel, of zelfs zoals de nachtegaal, maar voor nu was de melodie genoeg. Al haar gedachten werden begeleid door flarden van het lied van de nachtegaal.

Op een gegeven moment werd ze bang dat ze ze zelfs in haar slaap nog zong, en dat was gevaarlijk. Omdat ze nu overdag zo veel sliep, was er al eens een bewaker haar cel in gelopen om te controleren of ze nog wel leefde. Zijn schop had een dagenlange, stekende pijn in haar onderrug veroorzaakt, maar het vonkje niet gedoofd. Het had wel een angst in haar wakker gemaakt. Tot nu toe had ze alleen gezongen als ze waker was, en zodra er aan de deur werd gerammeld, stopte ze haar zingen. De bewakers zouden ongetwijfeld amuzikaal zijn en Khendra durfde haar vrijlating niet te riskeren. Maar de melodie begon haar over te nemen, ze zong zelfs wanneer ze er niet bij nadacht. Ze betrapte zichzelf erop dat ze zelfs uit volle borst bepaalde melodielijnen stond te zingen, terwijl ze door de krappe cel danste alsof het de jaarmarkt was en ze een mede te veel op had. Khendra probeerde te stoppen, de melodie uit haar gedachten te bannen, maar het lukte niet. De gouden gloed van het lied van de nachtegaal had zich diep in haar geworteld en was niet van plan te gaan. Het vergde het uiterste aan zelfbeheersing om stil te blijven als de bewakers eten naar binnen schoven of de waterkan kwamen halen, maar Khendra hield vol. De nachtegaal kwam iedere nacht, en iedere nacht leerde Khendra meer van zijn lied.

How I wonder where you are

So free, so free

 

Die nacht keek Khendra weer reikhalzend uit naar het gezang van de nachtegaal. Ze stond ongeduldig onder het raam, wensend dat ze naar boven kon om het dier te zien, al was het maar één keer. Het was de derde nacht dat deze gedachte haar wezen beheerste, door de lokkende klanken van de nachtegaal heen, die als een canon door haar hoofd speelden. Het was een eenvoudige bezwering, hield ze zichzelf voor. Het tijdelijk opheffen van de zwaartekracht was appeltje-eitje, kinderspel vergeleken met het vergrijp waarvoor ze hier zat. Moeilijk te traceren ook, en aangezien ze al die tijd geen magische controle had gehad… Zou ze het erop wagen? Khendra tastte de vloer af met haar gedachten. Een kleine afzet zou al genoeg zijn, een minimum aan magische ruis. Misschien, als ze op een been ging staan, dan was de opheffing zo lokaal dat hij nagenoeg onzichtbaar was. Als ze daarna met het hooi de plaats zou nawrijven en bedekken, dan was de kans om ontdekt te worden bijna nihil. Vlug weefde Khendra de bezwering die ze nodig had en hield hem zorgvuldig verborgen tot de eerste klanken van de nachtegaal haar hart weer vulden met warmte. Ze vond haar balans op een voet, liet de spreuk ontsnappen en zette zich lichtvoetig af. In een mum van tijd zweefde ze op de hoogte van het raam, enkele meters van de vloer. De frisse nachtlucht mengde zich met het lied van de nachtegaal. Het was een donkere nacht, maar de halve maan wist toch een zilveren licht over het landschap te laten vallen. Khendra’s ogen, gewend aan de duisternis, zagen al snel de contouren van bomen verschijnen, huizen in de verte, de diepte waar de gracht moest zitten. Vlak naast het raam stond een boom, Khendra probeerde te ontdekken waar de nachtegaal precies zat. Maar zo lang het lied duurde, zag ze hem niet. Pas toen het lied klaar was, zich opnieuw een beetje dieper had vastgezet in haar geest en Khendra op het punt stond terug te keren naar de aarde, zag ze hem. Hij vloog weg, naar de zilver verlichte horizon. Khendra keek hem na, bittere tranen welden op in haar ogen. Het dier vloog zijn vrijheid tegemoet terwijl zij bleef zitten waar ze was, ingesloten door hoge muren en stank. Khendra wist op dat moment zeker dat ze de buitenwereld nooit meer zou zien. In het duister van de nacht voelde ze zich eenzaam, en voor het eerst in lange tijd huilde ze zichzelf in slaap.

Nightingale, nightingale

High up in the tree

De volgende ochtend hamerde het lied van de nachtegaal door Khendra’s hoofd, maar ze weigerde het te zingen. Met elke voorbijgaande minuut raakte ze meer verbitterd, welde het lang vergeten zelfmedelijden op tot de vlam in haar hart was gedoofd en ze er bijna in verdronk. Elke noot van de melodie was als een zweepslag in haar ziel en Khendra schreeuwde het uit tot haar stem kapot was. Ze probeerde te slapen, maar werd wakker van de dwingende muziek. Ze sloeg zichzelf met de waterkan op haar hoofd, maar merkte dat ze onwillekeurig het ritme van het lied van de nachtegaal volgde. Wanhopig sloeg ze de kan tegen de muur en gooide hem vervolgens aan de kant, om daarna ineen te zinken en zich als een foetus op te rollen. Ze begon te zingen, schor en manisch, elk stukje dat ze kende herhalend, de melodieën aaneenrijgend als een kralenketting van zelfhaat. Ze rende als een bezetene door de cel, wierp zich tegen de muur, haalde haar huid open tot bloedens aan toe en kraste haar nagels kapot op de deur, alles in de ban van het lied van de nachtegaal.

‘Laat het stoppen, hou op! Ga weg!’  riep ze tegen de leegte, maar de nachtegaal kwam. Hij zat hoog in de boom, zoals elke nacht, en zong zijn lied speciaal voor Khendra. De vonk laaide weer op en ineens zag Khendra de waarheid. Een wonderlijke rust kwam over haar. Zachtjes, haar stem nog schor en pijnlijk, zong ze het lied met de nachtegaal mee. Hun klanken versmolten tot een harmonie, die tegelijkertijd vertrouwd en vreemd was.

Nightingale, nightingale

Sing your song

Sing your song for me

Het lied van de nachtegaal leek genezende gaven te hebben. Khendra voelde de pijn uit haar lichaam wegtrekken. De schaafwonden schrijnden niet langer, haar vingers klopten niet meer. Haar stem kwam terug en klonk mooier dan ooit tevoren. Khendra voelde dat de melodie haar oppakte en meenam. Ze kende nu elke noot, elke schakering van de melodie, elk crescendo en vibrato. Ze zong met de nachtegaal en zweefde op zijn klanken. Ze sloeg haar vleugels uit, ze voelde de wind, de tak waar ze haar pootjes omheen klemde. Het lied liep ten einde, terwijl Khendra uitkeek over de wereld, een horizon die zich wijder uitstrekte dan Khendra ooit had durven dromen. De laatste klank stierf weg. De magie was voltooid. Khendra keek een laatste keer om naar het getraliede raam, nu ver onder haar, waarachter de nachtegaal nu vastzat, in het duister, in Khendra’s lichaam. Hij zou spoedig sterven, dat wist Khendra diep in haar hart. Ondanks haar vogel-lichaam, huilde ze een traan om de nachtegaal, die zijn leven gaf voor haar. Ze zei hem bedankt en vaarwel in de mooiste noot die ze kon bedenken, en sloeg toen haar vleugels uit en vloog weg, de horizon tegemoet.